Michael Horsch:

‘De Green Deal zit vol mogelijkheden’

Boeren moeten koolstof opslaan in de grond. Dat kan jaarlijks zomaar 1.000 euro per hectare opleveren. Dat zei Michael Horsch tijdens de Betere Bodem studiedag.

Michael Horsch is dyslectisch. Zijn prestaties op school leden daaronder. Maar veel zin om zich in te spannen voor betere resultaten had de Duitser niet en op zijn achttiende verliet hij school. Hij wilde boer worden. Met drie broers lukte dat niet op het ouderlijk bedrijf in de Duitse deelstaat Beijeren en daarom vertrok Horsch naar de Verenigde Staten waar hij twee jaar lang werkte op akkerbouwbedrijven. Vervolgens wilde hij naar Canada. Maar de dienstplicht gooide roet in het eten. Horsch wist echter onder zijn vervangende dienstplicht uit te komen door zich te beroepen op het ‘maatschappelijk belang’ van de zaaifrees waaraan hij bouwde.

Zijn doel: snel werken tegen lage kosten en toch goed zijn voor de bodem. Zijn vader en oom zagen wel wat in de techniek van de 23-jarige uitvinder en kochten de eerste twee exemplaren. Via de zaadhandel van zijn oom wist hij vervolgens de Sä-Exaktor ook aan andere akkerbouwers te verkopen. De machine werd een begrip onder akkerbouwers die hun percelen minimaal bewerkten.

In 1984 richtte hij Horsch Maschinen op in zijn woonplaats Schwandorf. “We doen het anders dan andere fabrikanten”, zegt hij. “We praten vaak niet over onze machines, maar over de richting die de landbouw op gaat. Vanuit dat punt ontwikkelen we eerst een visie en dan machines. We vertellen ook niet hoe goed we zijn, maar gaan uit van de uitdagingen in de toekomst.” Horsch was één van de sprekers tijdens de Betere Bodem Studiedag die begin maart online werd gehouden.

Niet meer eten nodig

“Als jongen wilde ik de landbouw verbeteren: minder bewerkingen uitvoeren, werken met natuur. De klimaatverandering is één van de grootste problemen van deze tijd. Justus Liebig was een Duitse onderzoeker. Een scheikundige. Geen plantkundige. Hij ontdekte chloroform en hij bedacht kunstmest. Liebig vroeg zich altijd af waarom er honger in de wereld was. Hij kwam erachter dat een plant vooral stikstof, fosfaat en kalium nodig had. Hij zei zette chemie voorop, daarna volgde de plant en de bodem en pas daarna biologie."

"Met diezelfde formule werken we nog steeds. En begrijp me niet verkeerd: hij had gelijk. Zijn denkwijze heeft de opbrengsten van tarwe en mais verdriedubbeld. In de jaren vijftig was er vanuit de Europese Unie een grote vraag naar zoveel mogelijk en goedkoop voedsel, zodat iedereen te eten had."

'Maar wat horen we nu? 'Boeren verzieken de grond en het milieu, ze produceren te veel.' Wat we doen, is nooit goed. In 1950 redden we de wereld, maar nu is het tegenovergesteld het geval. Wat is er gebeurd? Mensen hebben niet meer eten nodig, dan ze al hebben. Toch produceren we als boeren nog steeds meer en meer. Dat vergroot de kloof tussen boeren en burgers. Tegelijkertijd is de voedingswaarde in groenten en vlees door verbeterde productiesystemen omlaag gegaan. Daarom gaan consumenten naar de supermarkt om er vitaminesupplementen te kopen. Er is dus iets mis in het systeem…” “Voor het eerst sinds de jaren vijftig hebben we van de Europese unie, van de samenleving, een nieuwe opdracht gekregen: de Green Deal. Het gaat niet om meer chemie of om hogere opbrengsten. Deze Green Deal is een richtlijn voor de komende twintig tot veertig jaar. Het is best een goed idee. Het zit vol mogelijkheden. Misschien wel meer mogelijkheden dan we denken.”

Michael Horsch tijdens de Betere Bodem studiedag: “We moeten meer koolstof in de bodem brengen. Dat kan met betere compost.”


Koolstofopslag

Horsch kijkt al jaren naar de biologische landbouw, maar noemt die vorm van landbouw niet zaligmakend. “We hebben als Horsch een groot bedrijf met fabrieken in Brazilië, Noord Amerika, Rusland en Europa. We doen zaken met de grote boeren in de wereld. De biologische landbouw was een niche die nu snel heel professioneel wordt. We komen zelf uit de conventionele lanbouw, maar ik kom steeds vaker tot de conclusie dat we veel van elkaar kunnen leren. Daar rolt dan uit wat ik hybride landbouw noem.”

En die hybride vorm van landbouw springt anders met de bodem en de plant om. “150 jaar geleden werd er voorbijgegaan aan de invloed die de humus heeft op de plant. Dat zou niet interessant zijn. Maar het tegendeel is het geval. In hybride landbouw staat biologie op de eerste plaats, dan komt de bodem en pas later volgt de scheikunde. Scheikunde heeft dus weliswaar een lage prioriteit, maar het maakt er nog steeds onderdeel van uit. Je zult wel moeten accepteren dat het niet meer om de maximale productie gaat. Maximaliseren van winst heeft in de toekomst weinig meer te maken met het maximaliseren van de opbrengst. We moeten humus, koolstof, opbouwen voor een meer actief leven in de bodem. Dat lukt niet met een zoute omgeving, zoals Justus Liebig die voorstond. Als we dat begrijpen, kunnen we 5 tot 10 ton CO2 per hectare opslaan. En dat is best aantrekkelijk."

"VW-baas Diess zei op de Duitse televisie dat een CO2-recht 100 euro per ton zou moeten opleveren. Als we elk jaar 10 ton opslaan in een hectare landbouwgrond, levert dat dus 1.000 euro per hectare extra op. Dat zijn leuke extra inkomsten.”

Compost en mest

Het gebruik van mest en compost in plaats van kunstmest leidt tot een verhoogd koolstofgehalte en een hogere koolstofvoorraad in de bovengrond. Door compost toe te voegen stijgt het organischestofgehalte, komt er meer oplosbare koolstof in de bodem en stijgt ook het stikstof-, fosfaat- en kaliumgehalte van de bodem, aldus Horsch. Gebruik je extra dierlijke mest dan zorgt dat vooral voor meer organische stof en stikstof in de bodem. Hoeveel? Het ligt volgens de onderzoekers ergens tussen 0 en 4 ton CO2 per hectare per jaar. Toch plaatsen onderzoekers een kanttekening bij deze uitkomst. Want uiteindelijk kunnen niet alle boeren op deze manier extra koolstof vastleggen. Dat hangt namelijk af van de beperkingen in de mestwetgeving en de beschikbaarheid van organisch stofrijke meststoffen als compost en vaste mest.

Microbiële compostering

Om die koolstof op te slaan moet er nog iets gebeuren, meent Horsch. “Allereerst moeten we tussen de hoofdgewassen door groenbemester telen. Ze verhogen we het koolstofgehalte in de bodem. Maar niet alleen dat. Want eigenlijk doen we dan niet anders dan het bouwen van een nitraatbom. Door meer koolstof op te slaan verhoog je automatisch het gehalte aan stikstof in de bodem; 1C staat immers tot 10 N. Ga je weer ploegen of teel je alleen aardappelen, dan spoelt die stikstof uit. Je kunt het immers niet alles in één keer gebruiken. We moeten stabiele humus opbouwen." De meest eenvoudige manier om dat voor elkaar te krijgen is door compost toe te dienen, aldus Horsch. "Je neemt organische stof, zet het regelmatig om zodat je zuurstof toevoegt. Maar daardoor gaat er ook veel koolstof verloren."

Er is dan ook een betere manier: micro-bacteriële compostering. "Net als bij normale compost stapel je de compost op. Daarna druk je het aan met een shovel en kom je er twee manden lang niet meer aan. Daardoor zal het composteringsproces zich op de grens van anearoob en aeroob begeven. Er mag niet te veel zuurstof in de hoop komen, dan wordt het immers weer gangbare compost. Zorg ervoor dat de hoop niet boven 50 graden komt. Na een paar maanden is dan nog steeds maar 10 procent van de totale inhoud verdwenen. Er blijft dus veel compost over en de koolstof blijft behouden."

"Uiteindelijk heeft het eindproduct wel iets weg van bruinkool. Het mooie is dat het oplosbaar is in water. Zo reist de koolstof door de bodem. De planten nemen de voedingsstoffen zoals stikstof en fosfaat op via kationen-uitwisseling. Tegelijkertijd is de koolstof is erg stabiel. Die neemt op zijn weg naar beneden voedingsstoffen op en het komt weer omhoog door osmose. Na verscheidene jaren kan het echter geen voedingsstoffen meer opnemen en wordt het bruinkool. Dat blijft in de bodem, maar is nog steeds oplosbaar in water. Het lijkt me een interessant en belangrijk proces als we op deze manier koolstof voor altijd in de bodem kunnen houden. Zeker als we dat ook nog eens kunnen bewijzen. Dan kunnen we onze koolstofopslagruimte verkopen aan VW.”