ACHTERGROND


Niet ploegen en dan zonder glyfosaat

Glyfosaat staat ter discussie. Veel telers zijn zoekende hoe ze zonder glyfosaat kunnen. Dat is mogelijk. Ook in een systeem van niet-kerende grondbewerking.

Glyfosaat is al jaren onderwerp van discussie. Buiten de vragen over de impact van glyfosaat op milieu en gezondheid kleven er ook landbouwkundige nadelen aan het middel. Glyfosaat blijkt bijvoorbeeld een rol te hebben in het optreden van nutriëntengebreken. Door zijn chelaatwerking beperkt het middel de opname van vooral fosfaat, mangaan, ijzer, zink en borium. Mogelijk hangt hiermee samen dat er aanwijzingen zijn dat planten door gebruik van glyfosaat gevoeliger worden voor bepaalde ziekten. Ook is bekend dat de afbraakproducten van glyfosaat ‘overspringen’ van doodgespoten wortelresten naar het cultuurgewas. Dit gebeurt sneller als kort na toepassing een gewas wordt gezaaid of als er nauwelijks een bewerking volgt na toepassing. Glyfosaat of zijn afbraakproducten die vrijkomen uit verterende resten, blijken tevens de wortelgroei te remmen. En soms maken planten minder fijne wortels. Naast deze effecten wordt gebruik soms door bepaalde certificering gelimiteerd. Genoeg redenen dus om gebruik van glyfosaat te beperken.

Doodgevroren groenbemester met levende opslag en duist.


Na bewerking over de vorst.


Glyfosaat als hulpmiddel

En toch kan een middel met glyfosaat wel degelijk uitkomst bieden, zeker wanneer niet geploegd wordt. De grootste uitdaging bij niet-kerende grondbewerking is het omgaan met onkruid, opslag, gewasresten en groenbemesters in het voorjaar. Het gebruik van glyfosaat is een gemakkelijke manier om van deze lastige elementen af te komen. Dit geldt vooral voor gewassen die vroeg de grond in moeten en waarbij in het voorjaar ondiep moet worden gewerkt. Een gewas als zaaiuien is bijvoorbeeld zo’n teelt en in minder mate ook suikerbieten.

Toch is het mogelijk om met een goede strategie het gebruik van glyfosaat terugdringen. Een enkel bedrijf gebruikt glyfosaat in een ploegloos systeem als een standaard maatregel voor een gewas als uien. Deze strategie werkt en heeft het voordeel dat in het voorjaar nauwelijks een bewerking nodig is. In aardappelen is glyfosaat minder van belang. De toplaag kan intensief bewerkt worden en de groenbemester, opslag of onkruid is daarna vrijwel nooit een probleem. In late gewassen helpt de tijd en betere droging om van lastige onkruiden af te komen.

Graanopslag voorkomen

Graanopslag in de groenbemester is vaak lastiger weg te krijgen dan de meeste groenbemestersoorten. Graanopslag wordt uiteraard een minder groot probleem als er minder verliezen zijn tijdens het dorsen. Door bijvoorbeeld een verliesmonitor op de maaidorser te gebruiken en hierop de zeven af te stellen, kunnen verliezen al behoorlijk beperkt worden. Ook apparaten die op de maaidorser kunnen worden gemonteerd en het uitvalsgraan vermorzelen zoals de ‘Seed Destructor’ en de ‘Seed Terminator’ zijn interessant.

Ook de gewaskeuze of rassenkeuze heeft grote invloed op graanopslag. Na wintergerst is er uiteraard veel meer tijd om de opslag aan te pakken. Een vroeg ras geeft ook wat meer tijd die kan worden besteed aan graanopslag. Het is soms een optie om het graan als geheleplantsilage te oogsten. Dan speelt opslag geen rol.

Bestrijden van opslag

Na oogst is het beter om ondiep en over de volledige oppervlakte te werken tijdens de stoppelbewerking. Machines die af-fabriek zowel ondiep als met voldoende overlap kunnen werken zijn nog schaars maar fabrikanten werken al wel aan machines voor het na-glyfosaat tijdperk. Voorbeelden zijn de EuM vibrocat, de Treffler TGA, Horsch Cruiser, Lemken Karat met Koralin-beitels of verschillende machines van Kerner, zoals de Corona. Een diepe bewerking begraaft de graankorrels. De toplaag droogt hierdoor sneller uit en de korrels kiemen later en ongelijkmatiger. Met een aandrukrol wordt uitvalsgraan meer naar het vocht gedrukt.

Ook de timing is belangrijk. Oogst op tijd en benut de juiste momenten rondom regenachtige periodes om het maximale effect te bereiken. In landen om ons heen wordt vaak een eerste bewerking uitgevoerd met een stro-eg. Dit zijn zwaar uitgevoerde wiedeggen die het stro verdelen. Uitvalsgraan valt door de bewerking op de toplaag waardoor het sneller kiemt.

Natuurlijk, het is ook mogelijk om graanopslag dood te spuiten in de groenbemester met bijvoorbeeld Focus Plus. Maar let op: niet alle grassenmiddelen hebben een toelating in groenbemesters. En een bespuiting is niet toegestaan als met de groenbemester aan de vergroeningseisen wordt voldaan. Het voordeel van een grassenmiddel is wel dat de opslag en andere grasachtige onkruiden in het voorjaar vaak volledig verdwenen zijn. Een voordeel is ook dat er eerder gezaaid kan worden waardoor dus meer groeidagen kunnen worden benut.

Graanopslag of grasachtig onkruid speelt minder een rol als de groenbemester goed lukt. In een dik bestand ontwikkelt opslag of onkruid zich minder goed. Een goed zaaibed maken, op tijd zaaien en voldoende zaaizaad gebruiken zijn dan belangrijke stappen. Er is veel discussie over bemesting. De ervaring leert dat een flinke bemesting soms negatief werkt op de standdichtheid van mengsels. Plantensoorten zoals vlinderbloemigen gedijen niet goed bij een hoge bemesting en graanopslag of grasonkruiden juist wel. Het is dus beter de bemesting beperken tot een kleine gift.

Oppervlakkig afsnijden met Treffler TGA.


Oppervlakkig frezen met de Biofrees van Celli.


Puur mechanisch

Dat het ook zonder chemie kan, bewijzen een aantal biologische telers. Zij telen soms ook zaaiuien ploegloos. Het is dan wel belangrijk dat alles klopt. Extra bodembewerkingen zijn meestal wel nodig en schade aan het zaaibed of de bodemstructuur moet uiteraard zoveel mogelijk worden voorkomen.

Belangrijk is een goed begin, waarbij een groenbemester een vlotte start en voldoende groeidagen krijgt. Bij een biologische teelt is het zo goed als onvermijdelijk om in het vroege voorjaar de groenbemester volvelds ondiep af te snijden. Om dit goed te doen moet er veel aandacht zijn voor het vlak leggen van het land in het najaar. Opgeworpen rugjes op de aansluiting van kopeg of stoppelbewerking zijn erg onhandig bij bewerkingen in het voorjaar.

In sommige jaren kan er in het late najaar of over de vorst een bewerking plaatsvinden waardoor de groenbemester en veel onkruid en opslag vrij effectief kan worden weggewerkt. Lukt een winterbewerking niet, dan start je het beste met klepelen in het voorjaar. Meestal wordt de grond daarna met een kopeg bewerkt waarna de vlakke en losgemaakte toplaag kan worden afgesneden. Dit afsnijden vindt plaats met vaak zelf gefabriceerde apparatuur die vlak, scherp en met flinke overlap kan afsnijden. Soms is dit gewoon een schoffelbalk met robuuste schoffelmessen.

Een aantal telers werkt inmiddels ook met een biofrees. Dat is een messenfrees met haakse messen, veel overlap in de messen en een goede diepteregeling. Met een biofrees kan wellicht wat meer worden afgedwongen al zijn de ervaringen nog altijd niet talrijk zo vroeg in het voorjaar. Met een goede strategie en technieken is glyfosaat - zelfs bij een ploegloos systeem – dus niet per se onmisbaar.